Reisverslagen, zondag 4 oktober 2020


 

We wisten niet of het we gingen halen, want voor ons en onze collega boeren is het toch een drukke dag. DIERENDAG. `s Morgens op tijd aan de gang. Eèn voor èèn aanspreken zit er niet in dus dat doen we op stalniveau, dan kunnen ze het aan elkaar doorgeven, gaat meestal aardig goed.

Ons Ellen doet bij ons thuis de kippen en de honden en ik mag het van huis af doen bij de varkens. Als je dat er allemaal bij moet doen `s morgens, dan is het toch spoeien om op tijd thuis te zijn om te eten. Ik kwam binnen gelopen en onze hond sprong al tegen me op, ik gaf hem een aai over zijn bol en zei nog, maak er een mooie dag van jongen, en daar kwam ons Ellen de keuken binnen gelopen. Ik zeg, hier meid, speciaal voor jou, een mooie bos bloemen en een dikke kus, gewoon omdat het kan. Zoals altijd zei ons Ellen, dat had toch niet gehoeven. Maar goed, vlug een boterham, onze pakken aan en naar d`n dorps. Frans had de koffie al klaar staan, dus het was maar goed dat we `s zondags waren want `s maandags was die niet meer vers geweest.

De opkomst was matig, er waren 2 groepen en wij. Meestal is dat zo. De groep van Martien de Haan, die er eigenlijk altijd zijn. En de groep van Mari van Weert, die zijn er meestal ook wel. Maar als die er niet zijn dan valt dat ook meteen op, dan is het een stuk rustiger. En iedereen die toen overbleef, dat was onze groep. Tonnie, Mari, Jack, ons Ellen en ik. Met zijn vijven reden we de route, die was 211 km, als je hem helemaal rijdt. En dat maakt het verschil, Martien de Haan die speelt graag vals. Die kun je als je goed oplet inhalen, maar dat zegt niks, want zonder dat je ze daarna nog gezien hebt, zitten ze zo weer voor je.

De route ging via Schijndel, Haaren, Diessen, helemaal over de landsgrenzen naar België. Halfweg kon ik merken dat mijn mederijders wel onderhand koffie lusten. Ikzelf zou er omdat het zo fris was 2 stops van gemaakt hebben, maar de rest vindt 1 stop voldoende dus dan pas ik me wel aan. Vlak langs de weg stond een restaurant, op zich wel slim dat ze het langs de weg gezet hadden, want als het erop had gestaan moest iedereen er om heen rijden. In verband met corona moesten we aan 2 tafels gaan zitten, maar eerlijk is eerlijk, je begint er zachtjes aan te wennen, al blijft het vervelend. Positief was dat we goede koffie en goed gebak kregen. Alleen Mari hoefde niet te vragen of zijn gebak vers was of uit de diepvries, dat kon hij wel proeven.

Nog even naar de WC en ons Ellen zou de koffie en gebak afrekenen omdat we 35 jaar getrouwd waren die dag. Ik weet niet meer of het commentaar was dat het knap was van ons Ellen of van mij dat we het samen al zolang volhouden maar dat maakt niet zoveel uit. We hebben de rit weer vervolgd en zijn via verharde en onverharde wegen weer in Olland aangekomen. Ongeveer een half uur later kwamen Erik de Bie en Mari van Weert aan. Hun groep was uit elkaar gevallen. De ene vond het te hard gaan, de ander te zacht, of de weg was te nat. Het is ook altijd wat. Erik gaf aan dat ze eigenlijk wel bij ons aan hadden willen sluiten maar dan kunnen ze de volgende keer het beste even bellen. Dan wachten wij wel even.

Ineens zei Tonnie, wie schrijft er een verslag. Vlug worden want anders doe ik het zelf. En iedereen weet als onze voorzitter zo begint dat je dan vlug moet zijn. Gelukkig was ik de eerste, toch mooi, nog net gelukt dit jaar.

Bestuur en Albert, bedankt voor deze en alle andere ritten.

Gerard van Gils.