Reisverslagen, Verslag zaterdag 12 juni 2004


Weekend Dasburg
Hotel Dytona

Zaterdagmorgen in Dasburg was weer even wennen aan het licht want vrijdagavond was het buitengewoon gezellig geweest in Hotel Daytona. Rond twee uur,denk ik, lag wel een ieder zo ongeveer te bed. Omdat de volgende dag (de zaterdag dus) van de gelegenheid gebruik moest worden gemaakt om in dit schitterende gebied kilometers te maken, was toch geprobeerd redelijk op tijd in bed te komen.. Vrijdagavond was de locatie om enig vertier te hebben beperkt tot het hotel want verder was er in Dasburg geen moer te beleven. Er zijn talloze dorpjes in dit gebied waar anderhalve paardenkop woont en waar het verder volkomen uitgestorven lijkt. Ondanks het feit dat er geen ander vertier te vinden was in het dorp was het keigezellig Als MC Olland hebben we, naast een beetje bier, verder weinig nodig om het met elkaar goed naar de zin te hebben. Welnu , na een goed ontbijt, het weer boven water komen van Frank de Bie en het bij elkaar graaien van de spullen die we voor die dag dachten nodig te hebben, liepen we naar buiten om op de motor te klimmen. Enkelen hadden hun stalen ros in de kelder onder het hotel of tegenover het hotel kunnen stallen, de andere stonden onder de blote hemel. Er waren enkele routes beschikbaar, en wij (groepje van Mari van Weert, vanaf het begin ongewijzigd gebleven: Mari, Gerie en Maria, Rob, Pierre, Henk, Jos en Rini ) kozen voor een rit door Zuid Eiffel, Duitsland dus.. De eerste kilometer waren droog en we dachten dat , ondanks de donkere wolken het wel droog zou blijven. Maar niets was minder waar. Het duurde niet al te lang toen de eerste regendruppels op het vizier van de helm verschenen. Even dapper doorgereden maar al gauw werd er gestopt om regenpakken te verruilen voor de zonnebrillen. De rest van de dag hadden we beter de zonnebrillen en het regenpak aan kunnen houden want het was niet meer bij te houden. Het was regenpak aan, regenpak uit, zonnebril op en zonnebril af. Gelukkig had ik geen regenpak bij me dus al die verkleedpartijen zijn mij bespaard gebleven. Ook bij Gerie en Maria werkte dat op hun humeur want af en toe moesten ze even tegen elkaar katten. Het valt ook niet mee voor Maria om achterop een motor te zitten terwijl ze zo graag zelf rijdt. Maar zo snel mogelijk dat rijbewijs zien te halen, want dan hoef je niet meer langdurig tegen de rug van Gerie te kijken en af en toe wat makkelijker te kunnen gaan verzitten. Bij de verschillende keren dat we stopten onderweg werd, en ook bij het koffiedrinken was er bij enkelen toch wat onduidelijkheid over de achternaam van Rob. Een bijzondere achternaam, en een nuchtere (H)ollander wil daar toch het fijne van weten. Rob vertelde dat zijn naam van oorsprong uit Denemarken afkomstig was. Leuk om te weten, maar nu nog de uitspraak. In vergelijking met namen van Letten, Russen of Polen valt dat dan nog wel mee, maar het blijft lastig. Rob toonde zich, ondanks zijn geringe ervaring een uitstekend chauffeur al was het alleen al om zijn pak te sparen. Rond half één, we waren in Bittburg, zochten we een restaurant op. Het werd een chique restaurant. Maar ja, dat wisten we van te voren ook niet. Hier hebben we op gepaste wijze gegeten. De juffrouw die bediende moest wel even wennen aan de omgangsvormen welke wij hanteren, maar het lukte haar uiteindelijk om zich aan ons aan te passen. Jos moest dan wel drie keer, in zijn beste Duits, herhalen wat hij wilde eten, voordat de juffrouw enige notie kreeg van wat hij bedoelde, maar een beetje te lang daarna kwam toch het eten. Alleen, of iedereen kreeg wat de bedoeling was durf ik te betwijfelen.. We hadden een route die we volgden, maar op een gegeven moment waren we zo strontziek van elke keer weer regen, dat we het advies van Mari , die voorop reed, maar opvolgden: ´´Jongens we rijden gewoon naar het licht, dan blijven we uit de buien``. Nou, dat leek ons wel wat. Zo gezegd, zo gedaan……….., maar die wegen kronkelen nogal, en een geheel onverdeeld succes is het niet geworden. Maar ja, dit werd ook afgesproken in een bushokje waar Jos met een busje spiritus meende ons te moeten zegenen of te beschermen tegen de regen, en of dat dat de manier is……... Af en toe waren we het spoor bijster en moest de back-up van de groep, Rini , er bij te pas komen om weer enigszins op de goede weg te komen. Voor het rijden is dit een perfect gebied: vele mooie slingerwegen met mooie haarspeldbochten over dichtbegroeide heuvels, door dunbevolkte dalen en heel weinig verkeer. Dit laatste lag aan het weer want dit is een populaire streek voor de toerist in het algemeen en de motorrijder in het bijzonder. Dus wat dat betreft hebben we het getroffen op de 12e juni. De wegen vielen me echter niet allemaal mee. Afgezien van de gevaarlijke natte asfalt hebben we wel te maken gehad met een aantal slechte wegen waar drie soorten asfalt naast en over elkaar lagen en waar het af en toe leek of dat het asfalt nooit een wals had gezien. Maar misschien lag dat ook wel een beetje aan ons en mij in het bijzonder. Het zou kunnen zijn dat de vering (nog) niet helemaal goed staat afgesteld van mijn Honda. We zijn natuurlijk wel verwend in Nederland, wat betreft de staat van het wegdek in het algemeen. We zijn hier echter maar vier drempels tegengekomen, als ik ze tenminste goed geteld heb, en dat is ook heel wat waard. Ondanks de weersomstandigheden hadden we een mooie rit gehad toen we aan het einde van de middag weer in Dasburg aankwamen. Bijna iedereen was er al weer en na even een opfrissing (water en zeep) een verfrissing (vloeibaar voedsel), stonden we gereed om te gaan eten. Dat moest wel in twee etappes want dat konden ze blijkbaar niet in ene. De middag maakte langzaam plaats voor de avond. Inmiddels hadden we gegeten en een enkeling kon de 1e wedstrijd van het EK gaan volgen terwijl de meeste van ons zich aan een tafel nestelden en de (sterke) verhalen begonnen op te komen. Een enkeling wilde even rondlopen in het dorp en anderen stonden nog een praatje te maken bij de motoren, voor het hotel Daytona.

De wandelaars van Dasburg Tegen een uur of acht werden we opgeschrikt door een geluid van een vallende motor. Er was ene onvoorzichtige aboriginal tegen de motor van José van de Langenberg opgereden. De goede man stamelde alleen maar wat zenuwachtige verontschuldigingen want hij schrok meer van ons dan van wat dan ook. Had zich waarschijnlijk een andere voorstelling gemaakt van motorrijders dan ze in werkelijkheid zijn. En zeker onze club. Maar ja de goed man zag daar een rij motoren staan en een aantal vervaarlijk uitziende mensen op zich af komen, dus die kroop een beetje in zijn schulp. Het was een gelukje bij een ongeluk, alleen de motor van José lag om maar….de rest stond allemaal nog op de standaard. Want de motoren stonden allemaal zo mooi op een rijtje dat er niet veel had moeten gebeuren of het domino-effect was opgetreden, en de schade zou aanzienlijk geweest zijn. Blijkbaar besefte de veroorzaker van de omvallende motor dit op een gegeven ogenblik ook en koos na het invullen van de verzekeringspapieren ijlings het hazenpad.

Dit incident bracht de tongen los over omvallende motorfietsen en toen we de balans opmaakten was het even schrikken. Er waren nogal wat motoren in aanraking gekomen met het asfalt. Meer door knulligheden dan door andere oorzaken, gelukkig. We trokken weer naar binnen waar na korte tijd de lol met de minuut steeg. Er werd heel wat heen en weer gegrapt, Frank de Bie probeerde een motor te kopen, . Herwin maakte de ene grap na de andere en wist van geen ophouden. Er werd hier en daar nog wat gewed, geloof ik, en uiteindelijk gespeculeerd hoe de volgende dag thuis zouden komen. Rond een uur of twee, wederom, vond ik het eens tijd worden om even te slapen.

Henk