Reisverslagen, Rit Alblasserwaard en Vijfherenlanden 3 juli 2005


 

Na het Motorweekend van juni j.l. was het wel weer even wennen voor een paar leden: enkelen hadden hun motor sindsdien niet meer aangeraakt en de hoogste berg was tijdens deze rit niet hoger dan ca. 2.50 m, oftewel een flink boogbruggetje of een stijl dijkje in de Alblasserwaard. Op deze, weer zonovergoten, zondagmorgen verschenen dertien motoren aan de start. Wat minder dan ik had verwacht, maar wellicht waren er andere hobby’s aan de beurt of was het een weekendje werken geblazen. Kortom een relatief klein aantal. We splitsten ons in 2 groepen met Martien de Haan als de ene voorrijder en Albert Verhagen als de andere ´´spitsafbijter´´. Wel een wat vertekend beeld: Albert 9 motoren achter zich aan en Martien maar 2. Twee verschillende rijstijlen waarover elders in dit boekje meer. Deze keer was een route gekozen door de Alblasserwaard en de Vijfheren-landen, die al eerder op het menu had gestaan en waarvoor eerst een paar kilometer, 33,6 om precies te zijn, snelwegrijden was vereist. Ondanks het feit dat deze route ooit al eens gereden was heeft niemand zich hoeven vervelen op zijn motor. Mede ook doordat er toen maar een paar mensen hebben meegereden. Bovendien lijkt het mij voor niemand een probleem om dezelfde route na een bepaalde tijd weer eens te rijden. Er veranderen jaarlijks allerlei zaken op en langs de weg en bovendien neemt niet iedereen de route in zich op. Blindelings narijden van een route is voor bijna niemand weggelegd.

Appie had op de route vermeld dat er weinig eet- en tankgelegenheden zijn op zondag. Dat komt omdat er in dit gebied nogal wat fijn christelijke dorpen liggen ( Leerbroek, Hei-en Boeicop, Giessenburg en Hoornaar, om er maar eens een paar te noemen) waar op zondag niks mag en niks kan. De Heer heeft volgens hen gewild dat zondag een rustdag is, en dat nemen ze daar letterlijk. Dus ook als ondernemer dien je je dat wel te realiseren en dat je dus op zondag geen broodjes moet gaan verkopen, anders heb dan een toevallige voorbijganger als klant en door de week ziet de plaatselijke bevolking je niet staan. En.. daar moet je het toch voor een groot gedeelte van hebben. Gelukkig denken de meeste mensen in Brabant daar anders over. Toch zijn er ook hier van die kleinere dorpen waar niet alleen de Heer maar ook de omgeving streng waakt over je ziel en dat deze toch maar niet gaat dwalen ..(o.a Gameren, Werkendam, etc.) Dus als je daar zondags wat wil, doe het dan in het geniep. Ga je ooit nog verhuizen, uit de omgeving van Olland naar een andere streek, wat ik me nauwelijks kan voorstellen, doe dan hieromtrent een vooronderzoek, om niet voor buitengewoon vervelende verrassingen te komen staan. Maar dit stukje zou eigenlijk moeten gaan over de rit. Nu, zoals gewoonlijk, als onze vaste Tourcommissie de rit heeft uitgezet, dan is dat allemaal dik in orde. Bij Waardenburg hadden we genoeg rechtdoor gereden en denderden (*) we de A2 af. Bij de rotonde die daarop volgde dacht ik even dat we weer terug gingen, maar gelukkig was dat niet het geval. We stuurden onze machines het kwartier wat daarop volgde door het o-zo vlakke Hollandse land. Dat was weer eens wat anders dan in de Eiffel. Hier viel het nog even mee met de enige oneffenheden die je tegenkomt: de hoogst irritante drempels in de wegen en de punaises op de kruispunten. Later ben ik de tel gelukkig kwijtgeraakt van de hoeveelheid en gevarieerdheid van drempels en obstakels, die worden bedacht door de diverse gemeenten. Heb je net een lekker tempo, doemt er weer één of andere, in de weg gepropte bult op, en moet je in de ankers, om niet gelanceerd te worden. Duopassagiers hebben het helemáál naar hun zin: die zien die drempels niet aankomen en zijn van het ene op het andere moment even zwevende en hebben twee weken lang last van wandelende nieren. Milieutechnisch zijn obstakels in de weg absoluut waardeloos. Steeds weer afremmen en optrekken maakt de lucht niet schoner.

Behalve deze lichte irritatie was het een wonderschone rit. Dit gebied is rijk aan water: riviertjes, vaarten, brede en smalle sloten, zodat we nogal eens langs het water toerden. Ook alles wat bij water past; bootjes, molens, specifieke plantengroei, bruggetjes, knotwilgen en waterdieren vielen ons ten deel. De waterdieren schrikken wel een beetje van ons, maar we zijn zo weer verder. Iets voor 12 uur streken we neer bij het AC in Meerkerk. We lieten ons de koffie smaken en er werd ook wat bij gegeten want met de opmerking van Appie in ons achterhoofd betreffende het eten, wisten we niet of we daar nog wel aan toe zouden komen. Een paar andere motorrijders keken ons verbaasd aan toen wij met enkele uitsmijters kwamen aandragen. Zij hadden blijkbaar ook zin gehad in een paar eieren, maar konden die niet gevonden krijgen. De andere groep met Martien de Haan, Bert Termeer en Henk van Weert kwam ons na een half uurtje gezelschap houden. Ze lieten zich de soep goed smaken toen wij vonden dat we alweer genoeg hadden zitten schaften en onze stalen rossen weer beklommen. Na 3 km kon er worden getankt en wat pek en grind van de banden worden gehaald. Dit was opgelopen bij de rotonde voor het AC waar waarschijnlijk door de hitte en wringende vrachtwagenbanden over het asfalt, los asfalt was komen te liggen wat aan de banden bleef zitten. We merkten bij het wegrijden bij het AC dat de motor niet meer naar rechts ging als we naar rechts stuurden, en dat we bij de volgende rotonde moeite hadden om niet te blijven ronddraaien. Na d´en eet hebben we heerlijk door d´en Alblasserwaard getoerd. De Alblasserwaard word geheel omgeven door water: in het noorden door de Lek, in het zuiden door de Merwede (rivier), het oosten door het Merwede (kanaal), en in het westen door de Noord. Dit wordt weer verdeeld in diverse polders, ook weer omgeven door water in de vorm van sloten. De meest mooie plekjes vind je langs de Giessen en de Graafstroom, twee aparte natuurlijke riviertje door ´´De Waard´´., zoals de streek ook liefkozend wordt genoemd door de fans. In de uitgezette route werden deze mooie plekjes bijna allemaal aangedaan. We reden een tijdje langs de Giessen en langs de Graafstroom. We bleven natuurlijk niet overal een half uur zitten, maar indien je ook zo af en toe van fietsen houdt en een tegenwindje niet schuwt, als je van de ene polder naar de andere rijdt, ga dan hier eens fietsen. Maar ik dwaal weer af want dat is een heel andere doelgroep. We hebben het hier over motorrijden. We moeten nog eens naar deze streek want er zijn nog zat evenzo mooie wegen en weggetjes die we niet hebben gehad. Ons clubje van 10 motoren kwam om ca. 14.05.30 uur bij de Dorpsherberg aan. Jammer genoeg was de grote groep trikes alweer weg, want dat hadden we toch graag nog gezien. Ton had ze te eten gehad . Doordat die grote groep ´´bikers´´ iets minder honger hadden dan Ton op gerekend had, konden we bij aankomst bij de Dorpsherberg naar hartelust broodjes eten. Aan de koffie ´s morgens was ook weer nix mis. (bedankt Ton) * Denderen is eigenlijk niet het juiste woord want onze moderne Japanse machines glijden als het ware over de weg, en we doen onrecht aan de Japanse ingenieurs als we het woord denderen gebruiken. We spreken meer over denderen als we het over een-halve-eeuw oude legervoertuigen zonder vering hebben.

Tinus Tussengas Sportief Toer.