Reisverslagen, Reisverslag vakantie Zwitserland


 

Deelnemers aan de reis zijn: Theo Strijbos; Herwin van Heeswijk; Gerie van Weert; Antoon Versantvoort; Willy de Laat; Ton van Alphen; Gerard van de Tillaart en ik. Albert van Driel is de man achter deze reis maar kon helaas de reis zelf niet meemaken door een ongeval eerder dit jaar. Zijn plaats is opgevuld door Ton van Alphen. Het voorstel om bij Albert te vertrekken vond hij een leuk idee, dus zondag morgen 23 juni om ± 7.45 uur stonden we gepakt bij Albert op de stoep. Ook waren er enkele echtgenotes en kinderen aanwezig, dus het was er al aardig druk. Na een paar bakjes koffie en een hoop klets werd de reis begonnen. Om ± 8.15 uur stapten we op de motor, alvorens de weg naar Sint-Oedenrode te volgen reden we eerst een rondje Schoolstraat extra langs Albert en zijn/onze ¨echtgenotes¨ en kinderen. Nadat we bij Best de A2 opreden kwam er een lang saai stuk om te rijden, maar het is wel de manier om snel een stuk van deze lange reis te maken. Na Aken(DL) namen we afslag Monschau. Het was een welkome afwisseling wat weg betreft. Het was zondag morgen dus niet echt druk op de weg. Nabij de Nürnbergring was het erg druk dit in verband met de formule 1 races die dag. Nabij Ulmen namen een stukje snelweg tot aan afslag Wittlich. Daar gingen we weer een stukje binnendoor tot aan Birkenfeld. Dan weer een stuk snelweg tot aan Pirmasens, en dat was tevens voorlopig het laatste stuk snelweg. Via een stukje door Frankrijk kwamen in Duitsland aan in Baden-Baden. Daar werd even gestopt om te drinken maar ook omdat de camera op Theo zijn motor gemonteerd moest worden. We stonden hier namelijk voor weg nummer 500 ¨Schwarzwald-Hochstrasse¨. De camera moest vastleggen hoe mooi het hier was om te rijden. Aan het einde van deze weg gingen we links richting Freudenstad. Daarna naar Pfalzgrafenweiler waar we een hotel geboekt hadden. Daar kwamen we om ± 19.30 uur aan en hadden er 630 km opzitten. Snel even douchen en/of zwemmen in het zwembad van het hotel en daarna eten en drinken. De temperatuur die dag was vanuit Nederland sterk opgelopen van ± 14 graden naar 28 hier in het zuiden van Duitsland. Maandag 24 juni. Deze begon vanuit het hotel waar het die nacht geregend had met miezerig tot droog weer. Nadat we vertrokken waren werd de weg droog en kwam er een zonnetje door. Dat zag er goed uit en we reden lekker vlot totdat we boven aan de berg kwamen. Daar aan de andere kant van de berg kwamen we in de mist en dat is lastig rijden. Berg af en een bochtige weg met ook nog een grote vrachtwagen voor ons. Gewoon achteraan blijven rijden was de beste oplossing. Onder in het dal was de mist weg, wij gingen linksaf de vrachtwagen rechtdoor. De weg naar de Zwitserse grens was mooi, het weer was droog en af en toe wat miezerig. Aangekomen bij de Zwitserse grens werd het echt droog en liep de temperatuur voelbaar op. De route naar Davos liep via Schaffhausen waar de Rijn waterval is, een toeristisch adres waar wij ook even aangingen. Na hervatting van de tocht naar Davos ging de weg hoofdzakelijk via doorgaande weg, en die waren druk en dat was een reden dat het niet opschoot. Ook het landschap viel ons tegen, het was daar nog vlakker dan in Duitsland. Nabij Landard kwamen de eerste bergen in zicht. We werden in Davos om ± 19.00 uur verwacht maar dat konden we niet halen, we stonden om half zeven nog in Landart en dat is een kleine 40 km van Davos. Daarom belden we even naar het hotel dat het wel half acht kon worden voordat we daar waren. Volgens planning kwamen we om half acht bij het hotel aan. We gingen even onder de douche en daarna eten. Na het eten wilde we even kijken wat we gefilmd hadden op de motor van Theo. De camera werd aangesloten op de TV daar. De film begon mooi, maar nadat de snelheid werd opgevoerd begon het beeld nogal te trillen en te schudden en dat is niet om naar te kijken. Dus er moest wat gebeuren aan de steun op de motor. Deze werd door opvullen minder tril gevoelig gemaakt, dat het helemaal trilling vrij zou worden kon niet want een motor trilt al van zichzelf. Ook die van Theo. We hadden in het hotel zes routes gekregen die we van daaruit konden rijden maar we waren maar drie dagen daar dus er moest een keuze gemaakt worden. Na de routes bekeken te hebben kwam er een voorstel van Theo dat goed gekeurd werd. Dinsdag kort 301 km. Woensdag lang 433 km. Donderdag kort 246 km. In totaal zouden we dan 15 passen rijden.

Dinsdag 25 juni. We hadden wat uitgeslapen ± 8 uur en daarna gegeten. Het weer was bewolkt maar volgens hotel eigenaar zou het mooi weer worden. De route die we voor deze dag gekozen hadden ging over 7 passen dus het zou welkom zijn als we boven op die passen iets zouden zien en niet steeds in de wolken zouden zitten. Na vertrek uit het hotel werd eerst in Davos Zwitserse franks gepint om te kunnen eten en te kunnen tanken. Rond de klok van 10 uur vertrokken we voor onze eerste rit door de Alpen. Na ongeveer 70 km kwamen we op ons eerste hoogte punt, op deJULIERPAS 2284 M. Na ongeveer 106 km van de route zaten we boven op de BERLINAPAS 2330 M. Daarna kwamen we aan de Zwitserse grens naar Italië. Wij zijn gewend dat bij de landsgrenzen de douanes bij elkaar staan maar in de bergen ligt dat anders. De Italiaanse grens ligt ongeveer 5 km verderop. Na passage van ook de Italiaanse grens en tevens het hoogste punt van de LIVIGNOPAS ? M. waren we in Italië. Het was ondertussen wat het weer betreft al aardig warm geworden. Daar ergens bij een restaurant waar we door een Italiaanse schone bediend werden hebben we gegeten. Na het eten naar de volgende pas, op 140 km van de route was het de beurt aan de FOSCAGNOPAS 2291 M. Hierna was het de beurt aan de Stelviopas. Theo kende deze pas nog van vroeger ( ± 1984 ). Hij wilde deze pas graag filmen, dus camera aan als we de weg naar deze pas opdraaien. Op dat moment gaat het net regenen maar dat ging snel over. Als we naar boven kijken zien we dat de top in de ¨wolken¨ is! Een paar kilometer voor de top kwamen we in een hagel bui, en op die hoogte met wat koude wind is dat geen pretje. Boven aan de top gekomen van de STELVIOPAS 2757 M. werd het weer droog en even later zou de zon weer schijnen. We waren hier voor ons bij de eerste sneeuw. Hier werd ook nog geskied. De skilift ging hier nog regelmatig naar boven. We hebben hier met sneeuwballen gegooid, in de sneeuw gefilmd, en MC OLLAND geschreven met sneeuw op een kale rots. En omdat de zon scheen dachten Gerard en Willy dat ze hier snel bruin konden worden, dus gingen die uit de kleren ( gefilmd ). Even later werd de route vervolgd naar beneden en dat was een hele klus. De weg naar beneden had ± 50 haarspeld bochten op korte afstand van elkaar en een slecht wegdek. Iedereen was blij dat hij beneden was. Het is leuk om dit een keer gereden te hebben en er over mee te kunnen praten, maar liever werd een pas gereden met een betere weg. Na een sigaretje werd de route voortgezet. Na 225 km passeerde we de grens en waren we weer in Zwitserland. We hebben nu nog twee passen te gaan. DeOFENPAS 2149 M. en de FLUELAPAS 2383 M. De wegen in Zwitserland zijn goed berijdbaar en de passen waren via langzaam oplopende en dalende wegen makkelijk te rijden. We kwamen deze dag om ± 18.30 uur aan in het hotel. Na het eten hebben we de film die Theo heeft opgenomen bekeken op TV.

Woensdag 26 juni. We hadden afgesproken om zeven uur op te staan. De route was 433 km lang met 4 passen. Na het eten waren we om 8 uur klaar voor de rit. De route naar de eerste pas was wel lang, ongeveer 123 km. Dit wil niet zeggen dat de route vervelend was. Hij zat ook vol berg en dalen maar ging via plaatselijke verbindingswegen en daar is toch meer verkeer dan op de passen zelf. Na 123 km gingen we richting 0beralppas. Het hoogste punt van deOBERALPPAS 2044 M. bereikte we na 143 km. Hierna reden we richting Furka, waar de Furkapas ligt. Dit is een erg mooie pas, lange weg naar boven. In het gebied boven de boomgrens waren heel veel mooie panorama’s, je reed hier via een tunnel onder een waterval door, verder naar boven de eeuwige gletsjers met de ijsmeren. Er wordt hier veel gebruik gemaakt van de natuur om stroom op te wekken doormiddel van stuwdammen. Het hoogste punt van de FURKAPAS 2431 M. bereikte we na 177 km. Ton reed met zijn motor recht de sneeuw in, het was niet nodig om de standaard van zijn motor te gebruiken hij bleef zo wel staan. Wij, maar ook omstanders daar op de berg vonden het wel een komisch gezicht en moesten er allen om lachen. De weg naar beneden was een mooie brede, ruime en overzichtelijke weg waar je ver vooruit maar ook ver weg kon kijken wat mij het idee gaf dat je wel erg klein bent in dit massieve landschap van steen en sneeuw. Als je deze route volgt ga je vanzelf van de Furkapas naar de Grimselpas, gewoon omdat er geen andere weg is. In het dal tussen deze twee passen hebben we wat gedronken. Het was ook etenstijd, maar dat was hier zo duur dat we besloten dat verderop te doen. Het hoogste punt van deGRIMSELPAS 2165 M. bereikte we na 192 km. Ook hier prachtige beelden van natuur en sneeuw. Op de Grimselpas hebben we gefilmd en het weerbericht werd door Ton doorgegeven voor de thuisblijvers in de trend van Piet Paulusma en afgesloten met oentmoon. Op de weg naar beneden kwamen we door een klein gehuchtje ( kerk, schooltje, 6 woningen en één levensmiddelen winkel. ) waar Ton het idee had om iets in de winkel te halen om de honger te stillen. De vrouw die in de winkel stond was zo blij met onze komst, er werden 2 broden gesneden, gesneden vlees kwam uit de koeling, de kaas werd door haar gesneden tot plakjes, en daar kwam dan nog eens 2 liter cola bij. Dit alles aten we net buiten de deur op aan een staan tafel die daar stond. De kosten, hadden we even van tevoren voor 8 cola, 35 frank betaald ( ± 50,- gulden ) nu betaalde we voor 8 volle buikjes 15,45 frank ( ± 21,- gulden ). Hierna werd de route hervat naar de volgende pas. Het hoogste punt van de SUSTENPAS 2224 M.bereikte we na 248 km. Om weer thuis te komen moesten we nogmaals over de Oberalppas waar we s´morgens mee waren begonnen. Het was toen nog een lange weg naar het hotel. Om ± 19.00 uur waren we terug in het hotel en hadden er ongeveer 430 km opzitten, om hoeveel bochten het ging durfden we niet uit te spreken maar we dachten dat we vannacht in bed nog zouden sturen. Maar dat viel achteraf wel mee. Wel werd besloten om de volgende dag maar een klein stukje te rijden en niet de route die we gepland hadden.

Donderdag 27 juni. Uitslapen zit er bij mij niet in. Ik stond om 7 uur op en ging onder de douche. Ik had al eens naar buiten gekeken en zag dat het mooi weer was. Ging naar beneden maar daar was nog niemand. Dan maar even mijn motor verzorgen, ketting smeren en even naar het oliepeil kijken. Terug op mijn hotelkamer maakte ik Theo wakker. Theo, zei ik, het is wel zo´n mooi weer buiten, het is zonde om er vandaag niet op uit te gaan. Theo was het er meteen mee eens. De anderen wakker gemaakt, en even overlegd. Ze hadden allemaal goed geslapen en waren goed gemutst. We gingen alsnog een route rijden. De route die we zouden gaan rijden is 246 km lang en ging over 3 passen die we nog niet gereden hadden, dus we hoefde ons niet te haasten. Om 10.00 uur vertrokken we richting Tiefencastel, een weg die bijna altijd vooraf ging aan een route van zo´n 34 km lang. Deze werd vandaag op een vlotte manier gereden ( niet te hard ). Na Tiefencastel richting Thunis. En van Thunis naar Via Mala en Splugen, via weg no.13. Als iemand die dit verslag leest, en hij/zij wil naar Zwitserland/ Italië en komt in de buurt van deze weg, ga dan over deze weg. Ontzettend mooi, niet alleen het wegdek is goed maar ook met steile rotswanden met watervallen en over de weg hangende rotsen en onder je loopt een riviertje. Je rijdt als het ware door een kloof in de Alpen bergen naar Italië. Met dit alles kregen we ontzettend mooie plaatjes voor ons. Ook hebben we hier even gestopt op een van de weinige mogelijkheden die daar waren. In Splugel gingen we links richting Spugelpas. Een mooie weg bracht ons naar boven. Boven de boomgrens werd de weg smaller maar toch goed berijdbaar. Er kwamen steeds meer bochten en de stukjes recht werden steeds korter. Ook werden de stukken steeds steiler. Even voor de zwitserse douane liepen de koeien gewoon over de straat. Na de grens bleef de weg maar stijgen. Toen ik het gevoel kreeg dat we bijna boven waren moest ik even stoppen om te kijken waar we geweest waren. En als je dan over de kale heuvels en rotsen heen kijkt naar beneden.Een prachtig gezicht van een bochtige weg die daar liep met daarop enkele auto´s en motoren die op speelgoed leken, en zich langzaam naar boven of naar beneden bewogen.Het was een plaatje zoals ze die laten zien in reclame folders over dit soort reizen. Ondanks dat de zon volop scheen was de temperatuur niet hoog, ± 10°C schat ik en er waaide een fris windje op deze hoogte. Na voortzetting van de reis ging het nog hoger. We kwamen nu aan de Italiaanse grens op 84 km van de rit en tevens het hoogste punt van de SPLUGELPAS 2113M. De weg naar beneden begon vlak, maar na ongeveer 5 km begon het spannendste van die dag. Via ± 50 tournido´s ( Italiaans voor haakse bochten ) en zeer veel tunneltjes, met daarin ook zo´n tournido en een steile weg ging het zeer rustig naar beneden. Beneden in Chiavenna hadden de motoren dorst. Even benzine gezocht, daarna wat eten voor ons. Op de weg van Chiavenna naar St. Moritz was langs de weg een eet tentje, lekker in de schaduw onder de bomen want de temperatuur was onder tussen wel opgelopen naar ± 30°C. Hierna werd de route hervat en passeerde we de Italiaanse – Zwitserse grens. We reden nu naar de MALOJAPAS 1815 M. Deze niet zo hoge pas daarvan bereikte we de top op 148 km van de route. Na deze pas was de laatste en hoogste pas aan de beurt. Ondanks zijn hoogte was de weg naar boven niet zo steil en ook de afdaling verliep vrij vlak dus dat betekent dat de aanloop en uitloop lang zijn. Toch ook hier weer mooie plaatjes. Waren veel passen boven de boomgrens rotsachtig en kaal, hier was door zijn vlakte meer zand om mooie bloemen en ander soort planten te laten groeien. Het hoogste punt van deze ALBULAPAS 2315 M. bereikte we na 189 km. In de afdaling bleek later op de film die we zagen ´s avonds in het hotel, dat Ton ergens halverwege een alpenweide op was gereden om naar Heidi te zoeken ( kwal ). Terug gekomen in Davos waren we allen zeer tevreden over de dag. Niemand had er spijt van dat we deze route alsnog gereden hadden, het was een hele mooie route. De volgende dag zouden we aan de terugreis beginnen en hadden we ± 600 km voor de boeg. Daarom werden de motoren alvast nagekeken en gesmeerd.

Vrijdag 29 juni. Je kunt het bijna niet geloven als je opstaat, na 4 dagen stralend weer regende het nu pijpenstelen. En we hadden geen keus, we moesten er door. We informeerde bij Alex ( hoteleigenaar ). Het zou in deze streek tot in de namiddag duren voordat het droog zou worden. In de richting van Zurich zou het niet regenen, daar scheen zelfs de zon en dat is wel de richting die we zouden rijden. Dus werd er na het eten en pakken de regenpakken maar te voorschijn gehaald en aangetrokken. Na afschijt van Alex werd Davos verlaten in de stromende regen. Na even gereden te hebben in de regen kwam er nog een vervelende factor bij ¨MIST¨. Dit is zeer vermoeiend maar gelukkig duurde het met de mist niet al te lang. De regen daar in tegen leek steeds intenser te worden. Er werd even gestopt voor de koffie. Alles uit en op de verwarming gelegd. Even later weer alles aan maar niets was droger geworden in die tijd. Buiten was het nog harder gaan regenen dan toen we binnenkwamen. Maar geen keus, we moesten verder. Gelukkig kwamen we dan zo ver waar de regen minder werd en even later zelf droog. Het was ondertussen wel tegen twaalven geworden. We stopten om de regenpakken in te pakken en een snoepje of sigaretje te roken. De reis werd voortgezet richting Zwitserse grens. Waar we nu reden had het niet geregend zelfs de temperatuur voelde je stijgen. Bij de Zwitserse grens even tanken en we moesten ook van onze franks af, dit deden we doormiddel van het kopen van snoepgoed bij benzinepomp. Na even beraad te hebben, is de route gewijzigd. De geplande route zou te veel tijd kosten en dan waren we veel te laat bij het hotel dat we besproken hadden. Het eerste gedeelte van deze dag was niet zo snel verlopen als we gehoopt hadden. Het was ondertussen twee uur geworden en we moesten nog ongeveer 350 km. Dus gas erop. Na de hele middag flink te hebben doorgereden kwamen we om ± 18.00 uur aan in het hotel. Het was een bekend adres waar we al eerder in een ander jaar overnacht hadden. Het is klein maar erg gezellig. De mensen herkende je weer na wat uitleg en de stemming kwam er in. Even goed eten ( en dat kun je daar vond ook Ton ). Er was feest in het dorp, want dat bestond 800 jaar. Daar moesten we maar eens even gaan ¨kijken¨, was de mening van allen. Er was op een plein een soort kermis met een hoop tenten erom heen waar ze veel, je weet wel verkochten. Wij gingen een tent binnen waar klooster bier gebrouwen werd. Iedereen die binnen was, had zich wel verkleed. Het had wel iets van carnaval. We kochten er een kruik bier. Volgens de kenners onder ons smaakte het goed. We kregen toch aanspraak en even later werd er op de hoogste noot gezongen samen met die dorpsbewoners.Toch een gezellige avond.

Zaterdag 28 juni. We konden het rustig aandoen. De laatste dag was zo´n 350 km en daar was veel snelweg bij. Als het dan toch de laatste dag is wil je niet al te laat thuis zijn, dus werd er voor ons op een normale manier naar huis gereden. We hadden beloofd aan Albert van Driel dat we zouden laten weten wanneer we ongeveer thuis zouden zijn.Dit gedaan maar hij was zelf nog ergens mee bezig. We moesten daarom net voor Olland even stoppen bij mij thuis. We hadden van Zwitserland een vlag ¨geleend ¨ en moest natuurlijk aan de motor gehangen worden voordat we Olland binnenreden. Toen het seintje kwam dat iedereen in Olland aanwezig was reden we Olland binnen met Ton voorop. Een extra rondje werd er gereden op het dorpsplein. Toen de motoren geparkeerd en samen met de families gekletst en gedronken op de goede afloop van deze reis. We hebben samen afgesproken om na de vakantie een avond te organiseren om de foto´s en film te kijken.

Appie.