Reisverslagen, Open rit 1 mei 2005


Wij konden zondag 1 mei genieten van een, naar mijn idee, perfect uitgezette rit. De oplettende motorrijder kon genieten van een bijna constant landelijke omgeving met land- en zandweggetjes waarin weinig overtollige huizen of industrie was te zien. De wegen die we reden waren zo vaak echt landelijk uitgekozen dat het leek of we in een arm bevolkt bosachtige streek reden. En dat is knap, ook in Limburg en Brabant, want we zitten met ruim 16 miljoen mensen in een krap kikkerlandje. De oplettende en vanaf het begin lid zijnde motorrijder van onze eigen club kreeg een aantal keren het ´´deja vu´´ gevoel tijdens deze rit, maar ook niet meer dan dat: de rit werd in 1999 door een aantal van ons ook al gereden. Het schijnt dan op zo´n mooie, en vooral plotselinge warme dag ook nog te zijn dat iedereen die iets heeft om mee te rijden: fietsen, brommers, paardenkarren, oude auto´s, onidentificeerbare rijdende voertuigen (udo´s), kinderwagens, etc.) dat dan ook doet wanneer het weekend is. En dat deed de roodkoperen ploert (zo wordt de zon genoemd in zinderende warme streken) als de beste. Op een enkeling na had niemand het in de gaten, dat het ineens zó heet zou worden De mussen vielen van de daken. Nu, we kunnen tegenwoordig in Nederland alles verwachten bijvoorbeeld in één maand een temperatuursverschil van 40° Celsius !!! Dat lijkt dan weer meer op een landklimaat. Maar schaatsen in de winter is er niet meer bij. Maar we gaan verder met ons verhaal Na een uur op de motor liep het zweet je over de rug. Meestal moet je je wapenen tegen de kou, maar die dag was het meer wapenen tegen de warmte. Maar ja, we hadden mooi weer besteld, dus de weergoden dachten:… dan zullen we Motorclub Olland mooi weer geven ook. Alleen het was even te veel van het goede: ineens boven de 30° zonder daaraan enkele dagen te kunnen wennen verrast zelfs de doorgewinterde leden van een motorclub. Onze groep vertrok rond half elf, als laatste, nadat we Ton gevraagd hadden de eventuele later komende motorrijder die deel wilde nemen aan de open rit, op te vangen en de route te geven. Het aantal deelnemers viel ons wat tegen, maar er waren nogal wat mensen waarschijnlijk op vakantie: er waren in totaal 61 deelnemers waarvan een flink aantal van onze eigen club. We reden met een kleine groep (6 motoren). Zo´n kleine groep heeft zo zijn voordelen. Je zit over het algemeen steeds vlak bij elkaar, dus overzichtelijk. Als het kan selecteert je de groep of groepje waarmee je rijdt op de door jouw gewenste snelheid en je rijdt helemaal naar je zin. Alleen werd het groepje vanaf Maarheeze steeds kleiner. Eerst was het Gerard die na enig heen en weer gebel en alarmmeldingen het hazepad koos om naar huis te gaan. De ventilatie van zijn stal was de tropische temperatuur nog niet gewend en bleef dus alarm slaan. Daar de schade in korte tijd aanzienlijk kan zijn en Gerard daardoor toch niet op zijn gemak op zijn stalen ros zat, wilde hij zo snel mogelijk naar huis. Hij kon nog net zijn, inmiddels koud geworden, koffie en uitsmijter naar binnen werken. Dat Gerard snel naar huis kan rijden dat heb ik weer terug in Olland vernomen: hij was bijna eerder weer in Olland dan het tijdstip waarop hij in Maarheeze vertrok. Later had Gerard iets vaags over een Renault sportwagen, waarvan de bestuurder dacht dat hij net zo hard kon als Gerard en die hem een paar luttele seconden had trachten bij te houden, dus hij heeft toch goed opgelet onderweg. De rest van ons groepje zette de route natuurlijk gewoon voort. Er werden inmiddels wel wat truien en handschoenen uitgetrokken. Op dat moment dacht ik aan het wellicht toch wat comfortabelere motorrijden bij extreem warm weer. Wij houden de kleding aan voor de bescherming maar zoals we zien bij skeelers hebben die bescherming voor knieën, handen en ellebogen…

Wellicht als je die beschermstukken van een wat zwaarder (en dus sterker) materiaal maakt kunnen we met iets soortgelijks op de motor goed en veilig uit de voeten ?. We stapten weer op onze stalen rossen en reden richting Budel-Schoot en Budel-Dorpplein. We reden verder door een stukje België via een aantal leuke weggetjes. We kwamen door Ellikom en Gruitrode, door Meeuwen en Peer, door Wychmaal en Eksel en nog veel meer. Bij de volgende stop werd ijs gegeten en verder dorst gelest. Want we konden natuurlijk wel wat vocht gebruiken. Pierre Segers haakte hier af, want deze had nog elders wat te doen of te vieren. Verder werd gegaan met vier motoren. In Best vond Frank de Bie dat hij toch wel erg dicht bij huis was, en draaide eveneens af. Met drie motoren ging het verder. Via de Bestse weg (wat zitten daar toch een paar lekkere bochies in ) kwamen we in Olland aan. Er was nog niemand van de rit daar aangekomen dus wij nestelden ons op het terras bij de Dorpsherberg, in afwachting van de rest van de rijders. Het duurde nog enige tijd voordat de eerste kwam binnendruppelen. Ik meen dat het Herwin was die van zijn antieke Laverda stapte, meer dood dan levend leek het wel. `Ik rij nooit meer méér dan honderd kilometer met deze motor ´´, vertelde Herwin na enige tijd toen hij weer wat op adem gekomen was. Een oude motor is leuk , en het is voor sommigen een leuke hobby maar de nieuwe zijn wel een stukje comfortabeler en het langdurig rijden erop meestal niet vermoeiend.. Ik kan er een beetje over meepraten. Er was onderweg door iemand nog een ongeval gezien waarbij een motor was betrokken, maar we hebben er verder niets meer van gehoord dus het betrof niemand van ons. Hopelijk is dat goed afgelopen. Het was verder een zeer geslaagde rit. Jammer alleen dat bij zo´n open rit er niet wat meer motorrijders op afkomen.

Tinus S. Toer